U bent in de wondere wereld van de Siberische Kat en
de point variant de Neva Masquerade
 
 

 

 

 

Home
Genetica
Kleurengenetica
Pigmentatie
Vachtkleuren
Vachtpatronen
Kleurmodellen

De basis theorie
Het geslacht
Overzicht
      kleurengenen
Tabby
Rood en tortie
Verdunning
Silver en golden
Wit en witte
      vlekken
Analysen van
      geno/feno typen
 

Silver en golden
 

 

Silver

Silver is niets anders dan een witte ondervacht; hierbij is het onderste gedeelte van de haren ongepigmenteerd -dus wit-, en de top van de haren gewoon gekleurd. Met als resultaat desilver Caitha Joithi  Odessa prachtige silver tabbies, smokes, shaded silvers en chinchilla's. Aangezien er zoveel varianten van silver zijn, zal de hoeveelheid wit in het onderste deel van de haar - of de plaats waar de kleuring van de haarpunt begint- sterk verschillen. Het pigmentremmende effect wordt in veroorzaakt door het dominante ‘inhibitor’-gen, aangeduid met I. Dit gen heeft nog een tegenhangende, recessieve allele i, die voor normaal gepigmenteerde, volledig doorgekleurde haren zorgt. De recessieve variant was het oorspronkelijke gen; het inhibitor gen is dus een dominante mutant. Waar dit gen in het pigmentatie proces ingrijpt weet ik niet precies. Wel kan ik vertellen dat de haren van de kat worden gevormd in de haarzakjes, waar zich ook de melanocyten (=pigmentcellen) bevinden. Als de haar begint te groeien doen de melanocyten gewoon hun werk, en worden er op normale wijze melaninen aangemaakt. Tot op een bepaald moment het gen I in werking treedt en de pigmentaanmaak stopt. Het gevolg is dan dat dat deel van de haar dat nog moet groeien ongepigmenteerd blijft, en dus wit. Wanneer het haartje nu dus verder groeit blijft het vanaf de plaats dat het inhibitor gen in werking trad wit. Het gen I is uiterst variabel en zeer afhankelijk van andere factoren als bijvoorbeeld polygenen. Dit is dan ook de reden van de grote verscheidenheid onder de silvers. We kunnen een onderscheid maken tussen c hinchilla/shell (slechts 1/8 deel van de haartop is nog gekleurd), waarbij het inhibitor gen al heel snel in werking treedt -en de pigment aanmaak stopt- , shaded silver (1/4 deel tot 1/3 deel gekleurd), smoke (1/2 deel tot 2/3 deel gekleurd), en silver tabby, waarbij de agouti gedeelten (tussen de strepen) heel licht zijn -door het gen I- en de aftekeningen nog vrij duidelijk zijn. Het inhibitor gen kan zowel eumelanine als phaeomelanine pigment verdringen. Wanneer een rode of crèmekleurige kat silver -of ook wel tipping- vertoond wordt dat cameo genoemd. Dit is dus niks anders als gewoon een rode/ crèmekleurige kat (XOY/ XOXO) waarbij ook het dominante I-gen aanwezig is. De manier waarop dit gen werkt maakt niet uit,rood/crème met silver wordt altijd cameo genoemd.

 

black silver blotched tabbyvan Cattery Caitha Joithi
Black silver blotched tabby Van Cattery Caitha Joithi

Zoals ik net al zij is het inhibitor gen van een heleboel factoren afhankelijk, waardoor er een aantal varianten van silver bestaan. Als aller eerst blijkt het dat het agouti gen -naast een hele rits polygenen- een hele belangrijke rol speelt. Deze heeft namelijk net als het inhibitor gen een pigmentremmend effect (immers, een tabby heeft zijn lichtere bandjes aan het agouti gen te danken). Zo blijkt dat een agouti kat  ( dus met A) met het inhibitor gen een veel lichtere vacht heeft dan non-agouti kat die eveneens in het bezit is van dit gen (=smoke) . Het inhibitor gen kan bij agouti katten dus veel makkelijker zijn werk doen dan bij effen katten, aangezien het agouti gen de pigmentremming eveneens bevorderd. De hoeveelheid wit in de ondervacht is bij silver katten met het agouti gen dus veel meer. Hieruit blijkt dat silver tabbies, shaded silvers en chinchilla's allen agouti katten zijn, en dus in feite tabbies. Zij hebben genotype A- I-. Maar wanneer je goed  naar een shaded silver of chinchilla kijkt, zie je dat zij geen (of bijna geen) tabby patroon meer vertonen. Dit is het resultaat van generaties lang selecteren op vaagste tabby patroon. Dit vage tabby patroon ontstaat door een extra verbrede agouti band, waardoor het patroon steeds vager en onduidelijker wordt. De combinatie van het inhibitor gen en de brede band heeft als resultaat een prachtige patroonloze shaded silver of chinchilla. Doordat de breedte van deze agouti banden en de werking van het agouti gen afhankelijk zijn van polygenen, is selectie mogelijk. In het geval van silver tabbies is er echter op een zo duidelijk mogelijk tabby patroon geselecteerd, waarbij het inhibitor gen zijn werk vooral tussen de strepen doet, en op de aftekeningen nauwelijks naar voren komt. Cattery Hensha black smoke poesEen smoke is in tegenstelling tot de silvertabby, shaded silver en chinchilla een non-agouti kat. Het non agouti gen a stimuleert juist de aanmaak van melaninen, in tegenstelling tot A en I, waardoor het inhibitor gen ook een beetje in werking geremd wordt. Dit verklaart dan ook waarom een smoke -dus een effen kat- nooit zo licht kan zijn als een silver tabby/shaded silver of chinchilla. Maar ook onder de smokes hebben polygenen veel invloed, en kan de hoeveelheid wit en de witheid van de ondervacht variëren. Alhoewel de haren van een smoke nooit minder dan deRossity-Sheldon helft gekleurd zijn, terwijl dit bij de andere drie variëteiten wel het geval is. Buiten polygenen, die zowel de witheid, de breedte van de agouti banden bij agouti katten, als de plaats waar het inhibitor gen ingrijpt bepalen, is er nog een simpele factor die de hoeveelheid wit in de onderste deel van de haren enigszins zou kunnen beïnvloeden. En dat is het feit of de kat homo- of heterozygoot is voor I. Zo kan een homozygote kat voor I mogelijk ietsje meer wit in de haren vertonen dan een heterozygote kat, maar dit is absoluut geen wet van meden en perzen, aangezien polygenen een enorme invloed uit oefenen op dit gen.        

Rossity-Sheldon

 

Hieronder is een schema te zien om de werking van dit gen onder invloed van polygenen een beetje in beeld te brengen. Hierbij staan de plusjes voor een lage graad van tipping (dus vrij ver doorgekleurde haren) en de minnetjes voor een hoge graad van tipping (dus meer silver).  

Genotype 

polygenen

variëteit 

Genotype                    

polygenen 

variëteit

aa Ii

aa II

A- Ii

A- I-

++ ++

----  

++++

+++-

 smoke  (donker)   

smoke (licht)

silver tabby (vrij donker)

silver tabby

A- I-

A- I-

 A- II

A- II

++--

+---

 +----

-----

shaded silver

shaded silver licht/ chinchilla donker

chinchilla

chinchilla (licht)

 Het is zelfs mogelijk dat een heterozygote kat het dominante gen I wel 'draagt', maar dat dit door de werking van vele + polygenen niet tot uiting komt. Dit komt zowel bij smokes als bij silvertabbies voor. De haren blijven dan ondanks de aanwezigheid van het inhibitor gen toch vrijwel volledig door gekleurd. Om te kijken of de kat toch silver heeft, moet men de kat met een ii- kat kruisen, nageslacht bestuderen. Zitten hier geen silver kittens bij, dan is de desbetreffende kat waarschijnlijk geen ‘slechte silver’. Er bestaan ook zogeheten 'low grade smokes', waarbij de witte ondervacht heel gering is, en soms (plaatselijk) kan verdwijnen en weer kan verschijnen. (Low grade) smokes zijn bij de geboorte te herkennen aan een zogenaamd 'brilletje', en aan een lichter halsje en bovenkant van het staartje. 

Golden

Af en toe komt het wel eens voor dat er in de silver-foklijnen -vooral bij Perzen, Exotics en Britten- golden kittens worden geboren. Golden is de 'tegenhanger' van silver, en omvat katten met een warm goudkleurige vacht. Een golden heeft zijn gouden tint te danken aan de crème kleurige ondervacht; de haren zijn warm goud /geel gekleurde haarpunt. Wanneer deze haarpunt zwart is ontstaat de prachtige goudkleurige vacht. De term golden kan in sommige gevallen foutief zijn, aangezien een blauw of lilac golden er helemaal niet goudkleurig uitziet. Er zijn verschillende varianten te onderscheiden wat betreft golden; golden tabby, shaded golden en golden chinchilla. Een golden tabby is in feite een gewone tabby met een enigszins vervaagt tabby patroon, Baikal-sibirische-katzenen een warm gekleurde agouti ondergrond. Het verschil tussen een gewone tabby en een golden tabby is soms maar moeilijk te zien omdat polygenen een aardig steentje bijdragen. Bij Britten/ perzen geld dat een golden tabby groene ogen heeft en een 'gewone' tabby gouden of koperkleurige. Een shaded golden is te vergelijken met een shaded silver; de haren zijn  goud/geel met een 1/3 tot 1/4 gekleurde top. Voor een golden chinchilla geld het zelfde; de haren zijn goud/geel met een voor 1/8ste deel gekleurde top. Een vereiste voor goldens is dat zij in ieder geval groene ogen hebben. Over het ontstaan van goldens heb ik twee verschillende theorieën gelezen.                                                                                                                                              

Namelijk goldens geen silvers zijn (dus genotype ii) maar dat zij geboren worden uit twee heterozygote silvers (Ii). Wanneer er in de desbetreffende silverlijnen geselecteerd (polygenen) is op een zo vaag mogelijk tabbypatroon (shaded silver en chinchilla) -dus de brede agoutiband-  zal het nageslacht dit ook vertonen, aangezien zij dezelfde polygenen daarvoor ontvangen. Het resultaat is een niet-silver -dus een golden kitten- waarbij de agoutiband net als bij zijn ouders verbreedt is. Of het een shaded golden of een golden chinchilla kittens zijn hangt van de ouders af. Wat betreft de brede agoutiband bestaat de theorie van het zogeheten 'Wide Band' gen. Deze theorie is nog niet wetenschappelijk getoetst. Deze theorie verondersteld dat er een gen bestaat -op een aparte locus- dat verantwoordelijk is voor de verbrede agoutibanden. Dit is het 'Wide Band' gen, aangeduid met Wb voor de brede band. Het Wb gen is onvolledig dominant aan het gen wb voor normale agoutibanden. Dit betekend dat een kat met WbWb bredere banden heeft dan een kat met Wbwb. Volgens deze theorie heben silvers en goldens dan het volgende genotype: 

Genotype

variëteit

Genotype

variëteit

aa I- (geen agoutiband)

A- I- wbwb

A- I- Wbwb

A- I- WbWb

Smoke

Silver Tabby

Shaded Silver

Chinchilla

aa ii (geen agoutiband)

A- ii wbwb

 

A- ii Wbwb

A- ii WbWb

'gewone' effen kat

Golden Tabby of gewoon tabby

Shaded Golden

Golden Chinchilla

Deze theorie is echter nog niet wetenschappelijk vast gelegd, en blijkt in de praktijk wel eens te falsificeren te zijn, aangezien er uit twee Chinchilla's (WbWb) wel eens Shaded Silver (Wbwb) kittens geboren werden, en dat volgens deze theorie onmogelijk zou moeten zijn. Dit zou wel te verklaren kunnen zijn, aangezien er ontzettend veel polygenen in het spel zijn. 

Wat betreft goldens heb ik nog een andere mogelijke verklaring gelezen. Namelijk dat dit gewone silvers zijn -waarbij het inhibitor gen dus wél aanwezig is- maar dat er een spontane uitbraak van phaeomelaninen heeft plaatsgevonden waardoor het normaalgesproken witte gedeelte van een silver crème/goudkleurig wordt, en er een golden ontstaat. Volgens deze theorie lijkt de spontane phaeomelaninen uitbraak bij een silver (kan zowel een silvertabby, shaded silver als een chinchilla zijn) meer voor te komen bij heterozygote katten (Ii), dan bij homozygote katten.

 
 
Oscar Cattery Tomintouls

 

Bekijk de mogelijkheden in kruisingsschema's

 

 

Theorie en genetica door Mirjam van Dalum

  

 

Copyright 2012 © Siberische Kat Info. All Rights Reserved. Disclaimer