U bent in de wondere wereld van de Siberische Kat en
de point variant de Neva Masquerade
 
 

 

 

 

Home
Genetica
Kleurengenetica
Pigmentatie
Vachtkleuren
Vachtpatronen
Kleurmodellen

De basis theorie
Het geslacht
Overzicht
      kleurengenen
Tabby
Rood en tortie
Verdunning
Silver en golden
Wit en witte
      vlekken
Analysen van
      geno/feno typen
 

Het geslacht van de kat
 

 

Het geslacht wordt door 1 chromosomenpaar bepaald, dat zijn dus  2 chromosomen. Deze twee speciale geslachtsbepalende chromosomen hebben we de naam X en Y gegeven. Een poes (vrouwelijk) heeft binnen dit chromosomenpaar twee X-chromosomen (XX). Een kater (mannelijk) heeft daarentegen op die plaats één X en één Y-chromosoom, dus XY. Het Y-chromosoom is een apart chromosoom - dat het kitten tot kater maakt- en  blijkt een stuk kleiner te zijn dan de overige chromosomen. De voortplanting wat betreft het geslacht gaat als volgt: de eicellen van de poes bevatten altijd één X-chromosoom, aangezien de poes alleen maar X door kan geven. De zaadcellen van een kater kunnen echter zowel een X- als een Y- chromosoom bevatten. Welke van de twee chromosomen -X of Y- in de zaadcellen terecht komen berust op toeval, wat volgens een resulteert in een kans van 50%. Zo zal ongeveer 50% van de zaadcellen in het bezit zijn van een Y-chromosoom, en 50% van een X-chromosoom. Hieruit blijkt dat de kater het geslacht van de kittens bepaald, aangezien de poes altijd hetzelfde doorgeeft, namelijk  altijd een X-chromosoom. Niet alleen de verdeling van het X- en Y-chromosoom in de testikels berust op toeval, maar ook welke van de twee samensmelt met de eicel. Er zijn hier weer twee mogelijkheden, dat logischerwijs weer een kans van 50% oplevert.  Bevrucht een zaadcel met een X-chromosoom een eicel -eveneens met een X-chromosoom-, dan zal de zygote weer twee X-chromosomen hebben, en deze later uitgroeien tot een vrouwelijk kitten. Maar wanneer een zaadcel met een Y-chromosoom een eicel bevrucht, bezit de zygote zowel een X- als een Y-chromosoom, en zal deze uitgroeien tot een mannelijk kitten. Aangezien de kans bij zowel de verdeling van de chromosomen, als ook de samensmelting van de cellen steeds 50% wordt zo het natuurlijke evenwicht tussen mannelijke en vrouwelijke dieren instant gehouden.

 

 

 

Zoals bekent bezitten alle chromosomen genen, en dus is dit ook bij het X- en het Y-chromosoom het geval. Het Y-chromosoom is een apart chromosoom (mede dankzij zijn formaat), dat voor zover men nu weet slechts genen bevat die nodig zijn voor de ontwikkeling van een kitten van het mannelijke geslacht. Een belangrijk gen hiervoor, dat men normaal gesproken alleen op het Y-chromosoom aantreft is het SRY-gen. Op het X-chromosoom kunnen zich daarentegen wel 'gewone' genen vestigen. Zo kan een bepaalde erfelijke eigenschap geslachtsgebonden zijn. We onderscheiden hierin geslachtsbeperkt en X-chromosoomaal. Geslachtsbeperkt wil zeggen dat een eigenschap niet van toepassing kan zijn op het andere geslacht. Een voorbeeld is de melkgift, dat groot en deels erfelijk is. X-chromosomaal betekend dat de locus van de betreffende allelen zich op het op het X-chromosoom bevindt. Het Y-chromosoom is voor deze eigenschap dan 'leeg', waardoor zo'n eigenschap -wanneer het recessief vererft- vaker bij het mannelijke geslacht voor kan komen dan bij het vrouwelijke. Bij een kater (XY) kan er voor deze eigenschap dus altijd maar één allele aanwezig zijn, en zal dus altijd in het fenotype -tenzij er sprake is van epistasie e.d.- terug te vinden zijn. Bij een poes -met twee X-chromosomen- zijn beide allelen echter wel aanwezig, en kunnen de genen weer wel gaan 'concurreren'. Eigenschappen waarvan de locus zich niet op de X-chromosomen bevindt vererven zogeheten autosomaal.

 

 

 

Theorie en genetica door Mirjam van Dalum

 

 

 

 

 

Copyright 2012 © Siberische Kat Info. All Rights Reserved. Disclaimer