U bent in de wondere wereld van de Siberische Kat en
de point variant de Neva Masquerade 
 
 

     

 

 

 

  Terug naar ras
       informatie
  De Siberische kat een
       verhaal van liefde en
       publieke erkenning
  Deel 2 P.S. Zeven
       PostScripts

 

 
De Siberische kat -
Een verhaal van liefde en publieke erkenning
Deel 2 - P.S. Zeven PostScripts
 

[Vertaald naar het Nederlands door Geert Coppieters, 'Katterij Nevartis'.]  

Door Dr. Irina Sadovnikova, WCF Int. Alle Rassen Keurmeester.
Speciale bijgewerkte versie 2008, met een P.S
(Herdrukt met toestemming)

Deel 1: Hypoallergene katten.

De doorlichting van een groep van Siberische katten in de VS voor Feld1, een bekend allergeen, was een andere ontwikkeling. In de oorspronkelijke tekst van het magazine artikel, had ik een kort deel dat gewijd is aan de veronderstelde hypo-allergene kwaliteiten van de Siberische kat. Toentertijd konden we enkel maar succesverhalen citeren en veronderstellingen maken; nu hebben we een been om op te staan.  

Siberian Research Inc, (een non-profit vereniging van fokkers van de Sibeer) heeft een aantal Siberen getest op Fel d1-niveaus in zowel vacht als speeksel (http://siberianresearch.org/about-allergens.htm). Resultaten toonden aan dat Siberen veel lagere niveaus van allergenen hebben dan andere rassen, en nakomelingen uit laag-allergeen geteste katten maakten aanzienlijk minder kans om een allergische reactie te veroorzaken dan de kroost uit andere paringen. Er werd geen correlatie gevonden tussen colourpoints en allergeen niveaus. 

Deel 2: Archetype van de Siberische Kat

Nog een ontwikkeling te meer, is de gestage groei van interesse voor de oorsprong en ontwikkeling van de huiskat, met interessante artikelen die gepubliceerd worden. In een zeer interessant artikel van Dr. A. Kolesnikov (The Siberian cat - deel I-III) komt vaak het begrip "archetype van de Siberische Kat" voor. Het woord is inderdaad opvallend geschikt om het over de Siberische Kat te hebben, daar diens betekenissen suggereren:  

  1. 1. het originele patroon of model van waaruit alle dingen van dezelfde soort worden gekopieerd of waarop ze zijn gebaseerd; een model of eerste vorm; prototype.
  2. 2. (in Jungiaans psychologie) een gezamenlijk geŽrfd onbewust idee, gedachtepatroon, imago, enz., alom aanwezig in afzonderlijke psychťs

En in de biologie:  

  1. a. een primitief algemeen plan van structuur afgeleid uit de karakteristieken van een natuurlijke groep van planten of dieren en verondersteld de kenmerken te zijn van de stamvader van wie ze allemaal afstammen
  2. b. oorspronkelijke voorouder van een groep van planten of dieren.

Uiteraard is "archetype" in alle betekenissen een constructie, iets dat in de werkelijkheid niet bestaat, maar kan bestaan hebben in het verleden. Het is echter alleen door speculatie dat we dit archetype opnieuw kunnen herscheppen. Niemand heeft ooit niet alleen de studie van de middeleeuwse overblijfselen van binnenlandse katten op het grondgebied van Rusland kunnen bestuderen, maar ook geen foto gezien, noch een gedetailleerde beschrijving gelezen. Het uiterlijk van de Siberische kat heeft in vele betekenissen een "archetype" gevolgd, en de "Jungiaans filosofie" is daaronder ťťn van de belangrijkste. Zoals vermeld in het begin van mijn artikel over de geschiedenis van de Sibeer, was het niet alleen ingegeven door het overheersende type in de stedelijke en voorstedelijke bevolking, maar ook door het algemene idee van een grote vorstbestendig kat, en, wat de hoofd vorm betreft, door onderscheidende kenmerken, van vitaal belang om niet verwarren te kunnen worden met de reeds bestaande rassen. De frequente aanwezigheid van colourpoints onder de oorspronkelijke straatkatten en huisdieren die als stichters van de Siberen opgenomen dienen te worden, versterkte mee het idee over het onderscheid in kleuren. Dr. Kolesnikov citerende, "[de eerste Russische felinologisten] vatten de kenmerken van het archetype van het ras die gemeenschappelijk waren, zowel voor grote steden als voor het Siberische bosrijke hinterland". Hij illustreert tevens zijn idee van het bestaan van dergelijk archetype door middel van overeenkomsten in het fenotype van katten na "een overdaad aan uitkruisingen tussen katten uit verschillende locaties". Ik vraag me af of identieke fenotypegelijkenissen reden genoeg zou zijn voor de auteur om in te stemmen met het feit dat de nakomelingen van lijnen, gefokt voor het type, zonder uitsluiting van colourpoints, hetzelfde archetype hebben?

Een test voor onbevooroordeelde lezers: gelieve te beslissen welke van de katers die in de foto's getoond worden, meerdere colourpoint voorouders hebben? (Het antwoord volgt aan het einde van het artikel!)

Deel 3: Bakermat van de kattenrassen 

Een belangrijke mijlpaal in het begrijpen van de oorsprong van de gedomesticeerde katten was "De opmars van kattenrassen: Genetische evaluatie van rassen en wereldwijde willekeurig gefokte populaties" (The ascent of cat breeds: Genetic evaluations of breeds and worldwide random-bred populations) door Monika J. Lipinski et al. Dit artikel toont aan de ene kant het resultaat van genetische analyse die (citaat) "duidelijk vier genetische clusters van katten afbakende, die beantwoorden aan Europa, het Middellandse Zeegebied, Oost Afrika en AziŽ".  

Bij het interpreteren van deze resultaten, benadrukt Dr. Kolesnikov dat "het belangrijkste is, dat de recente moleculaire genetische analyse ondubbelzinnig heeft aangetoond dat clades van Siamese katten (waarbij Thaise katten een van de archetypes vertegenwoordigen) genetisch gezien het verst van de rest van de kattenrassen verwijderd staan, als ook van Europese en mediterrane straatkatten [4]. Siberische katten, in deze studie opgenomen, vormen daarop geen uitzondering en bevinden zich aan de tegenovergestelde tak van deze genetische boom". Hij trekt ook de aandacht van de lezer voor het feit dat Perzische katten hun regiospecifieke genetische kenmerken verloren, en nu dichter staan bij de Westerse dan bij de mediterrane cluster.  

Aan de andere kant beweren de onderzoekers ook:  

  1. 1. dat de volgende afscheiding na die van de Zuidoosters katten plaatsvond tussen de strakke cluster van West-Europese katten en versplinterde groepen van mediterrane, Noord-Aziatische en Oost-Afrikaanse katten;
  2. 2. dat de Siberische katten genetisch dichtbij willekeurige populaties van West-Europa (ibid) staan. Dit is in tegenspraak met de hypothese over Iran/Kaukasus/SiberiŽ als enige plekken van oorsprong van het ras.

Het geciteerde artikel vermeldt ook binnen-het-ras heterogeniteit van Siberen en verklaart dat verschillende rassen meerdere lijnen hebben: "Vijf rassen (Britse korthaar, Exotische korthaar, Noorse Boskat, Pers en Sibeer) vertoonden onderafdelingen binnen elk ras, wat meerdere lijnen aantoont". De heterogeniteit binnen het ras van de Sibeer, aangehaald door de onderzoekers, zou eigenlijk niet zo verwonderlijk mogen zijn, alleen al rekening houdende met de omvang van Rusland.

De kunstmatige rassen, waartoe de Britse korthaar op dit moment ook zou moeten worden gerekend, buiten beschouwing gelaten, blijven de Noor en de Sibeer over - dienen we niet te veronderstellen dat ze familieleden zijn, waarin meerdere (maar waarschijnlijk geen identieke) regionale eigenaardigheden verenigd zijn, die al een lange weg naast elkaar hadden afgelegd alvorens te worden gescheiden? En is deze meervoudige afstammingslijn geen reden voor genetische diversiteit, zoals weergegeven in Afb. 4 van het geciteerde artikel - NFO is het tweede genetisch meest diverse ras na de Siberen? En is genetische verscheidenheid geen troef voor de fok? Tenminste, dat is wat de auteurs van het artikel vinden.

Dit onderzoek had geen betrekking tot Europese korthaar katten. Ik heb een sterk vermoeden dat ze in Rusland ook meerdere lijnen zouden vertonen.  

Deel 4:
"Amateur Argonauten stortten zich op de zoektocht naar een felinologisch vlies" (noot v/d vertaler: 'Argonauten' stammen uit een verhaal van de Griekse mythologie) 

Zoals blijkt uit het citaat uit het tweede deel van Dr. Kolesnikov's artikel, herhaalt hij voortdurend het "gebrek aan systematische opleiding bij de eerste Russische felinologisten" wat natuurlijk bij de lezer moet doorgaan voor de diepgaande kennis van een felinologische Ph. D. in de biologie. Sta mij toe om de Argonauten te introduceren, die betrokken waren bij de totstandkoming van de Siberische standaard in Sint-Petersburg:

Olga Mironova verdient als eerste te worden vermeld. De lezer is er zich misschien niet van bewust dat ze een arts is, met een medische opleiding en een cursus in genetica door vooraanstaande specialisten op dit gebied. Later is Mevr. Mironova verslingerd geraakt aan de hondenliefhebberij. In tegenstelling tot de kattenliefhebberij, was de hondenfok, beoordeling en opleiding, om voor de hand liggende redenen in handen van de Sovjetstaat - politiediensten en de grensbewaking. DOSAAF, de Sovjetmaatschappij ter bevordering van de ondersteuning aan het leger en de marine, was het bestuurslichaam van de hondenliefhebberverenigingen. Dit betekent dat het onderricht voor hondenkeurmeesters en fokkers van hoog niveau was, zowel in theorie als in de praktijk, kenmerkend voor het Sovjet onderwijssysteem. Het omvatte de veeteelt, dierentuincultuur, genetica en een diepgaande keurmeesteropleiding uit meerdere lagen. Mevr. Mironova gekwalificeerde zich als keurmeesteres en had al een hele tijd honden beoordeeld, voordat ze haar kennis en expertise op de kattenliefhebberij overdroeg. Ze stichtte Kotofei, de vereniging die het werk aan de Siberische standaard opstartte. Ze gaf seminaries verzorgde de opleiding van Russische felinologisten, eerder dan door iemand te worden opgeleid in de kattenliefhebberij.

Het hoofd van de fokcommissie in Kotofei was Elena Dmitrieva, Ph. D. in de biologie. Zij was een onderzoekswetenschapster aan de staatsuniversiteit van St. Petersburg en gaf voordrachten over genetica aan Kotofei leden en later aan een nieuwe vereniging, PFS, waarvan zij de voorzitster was op het tijdstip waarop de Siberische standaard zijn onderscheidende beschrijving van de kop verkreeg (zie de standaard geschiedenis hierboven). Het was onder Dr. Dmitrieva dat Max, een seal tabby point vondeling, geselecteerd werd als de erfelijk dominante stichtende dekkater en het fokprogramma werd ontwikkeld en honderden katten van het standaardtype voortbracht. Helaas heeft Dr. Dmitrieva haar verbondenheid met de kattenliefhebberij door persoonlijke omstandigheden verloren, maar haar lessen blijven herinnerd door haar studenten in felinologie.  

Sommige amateur-Argonauten... 

En als we ons richten tot meer recente specialisten met biologische achtergrond, die volledig achter de kenmerken en het kleurenpalet van de Siberische Kat staan, waarom dan niet kijken naar Dr. Yanina Melnikova uit Minsk? Een moleculaire geneticus, die een opleiding als keurmeesteres heeft. Niet alleen een keurmeesteres bij de WCF, maar ook gastkeurmeesters voor de CFA, bovendien gaf zij seminaries over genetica aan de CFA.  

Deel 5: Balinesen en hun gelijken 

Het gebeurt vaak dat mensen, die dezelfde bron lezen, tot volledig verschillende conclusies kunnen komen. Hier moet ik Dr. Kolesnikov tegenspreken, die twee begrippen door elkaar haalt:  

  1. 1. katten zonder stamboom, die geen geregistreerde ouders hebben, waarvan de eigenaars WILDEN dat zij als Noren, Maine Coons, Balinees of wat dan ook, geregistreerd werden, en
  2. 2. novice katten die werden AANVAARD als vertegenwoordigers van de genoemde rassen en gebruikt werden in de fokkerij.

Wat is er zo verwonderlijk in de video die Dr. Kolesnikov beschrijft? Ik ken tientallen gevallen waar mensen ten onrechte dachten dat hun huisdieren tot een speciaal ras behoorde. Zelfs nu, in gesprekken met eigenaars van gezelschapsdieren, stuiten wij vaak op dergelijke ideeŽn. Terwijl ik aan dit artikel werk, vertelt de loodgieter, die mijn badkamer herstelt, mij verhalen over zijn "Noorse kat", uiteraard zonder papieren en van lokale afkomst. Wat ik ook probeer, ik kan hem er niet van overtuigen dat zijn kat slechts enigszins op een Noor lijkt. In de vroege jaren van de Russische kattenliefhebberij was het heel makkelijk om een kat van onbekende oorsprong bij de beginnende novice klasse in te schrijven, onder welke naam die het ego ook maar leek te flatteren. Niets dan wensdromen.

Ik moet herhalen dat al deze nieuwelingen hun eigen, verschillende weg gingen. Sommigen bleven huisdieren; sommige werden overgedragen aan een inheems ras: uiteraard bepaalden het type en de vacht de mogelijkheid om geschikt te zijn voor de Siberen fok; maar Angora’s waren ook in ruime mate aanwezig onder de aanvaarde novices. Noren en Maine Coons waren geÔsoleerde gevallen. Vooral in Riga werden veel straatkatten gebruikt om met de fokkerij van de Maine Coon te beginnen. Nu is dit fokprogramma vrijwel gestopt. Wat Balinezen betreft, waren er geen gevallen bekend in Sint Petersburg waar een novice werd goedgekeurd als Balinese - om reden van de afwezigheid van het Siamese type. Als ergens halflangharige colourpoints van onbekende oorsprong waren opgenomen in een Balinees fokprogramma, na te zijn gebruikt in de Balinese fokkerij, konden ze niet meer worden overgedragen aan het Siberische ras. Ik herinner de lezer eraan dat alleen nieuwelingen kunnen worden aanvaard als of overgedragen aan een ander ras, door diens fenotype, NOOIT katten met geregistreerde ouders...

Deel 6: De Kleurpunt golven 

Laat ik het eerst over de Thaise katten hebben, en de lezer eraan herinneren dat er nog geen sprake was van Thaise katten als een ras vooraleer de Siberen zelf waren erkend? We hebben het hier over kortharige straatkatten met colourpoints. Zoals in elke willekeurige populatie, zijn daar verschillende soorten. Sommige kunnen zwaar en groot zijn, anderen elegant en verfijnd. Toen Thaise katten als ras werden ontwikkeld, was de bron de willekeurige populatie met middelmatige lichte botstructuur; maar er waren ook katten van het middelzware en zware type en er was geen haar op het hoofd van de felinologisten dat eraan dacht om hen als Thaise kat te gebruiken! SFF erkende de Europese Korthaar als colourpoint variŽteit, gewoon omdat er nu eenmaal veel van dit soort colorpoint korthaar katten waren. Dit kreeg echter geen bredere erkenning, omdat de Europese Korthaar geen ras was, wat in Rusland ontwikkeld werd. Dus de "Pallas" colourpoint was geen Thaise kat... Evenmin was het een Siamees. Het was een straatkat van onbekende oorsprong, van het stevige type (kijk naar de beenderstructuur!), kenmerkend voor de Russische, inheemse katten, maar van een verschillende kleur. Uit een zwarte kat geboren te zijn, veronderstelt de aanwezigheid van het gen in de populatie in een recessieve vorm. Hoe het daar terechtkwam - is een vraag die niet kan worden beantwoord met het huidige kennisniveau. Maar door er zo lange tijd aanwezig te zijn, is het niet meer vreemd voor de populatie dan enige andere mutatie die verschilt van het wilde zwarte tabby fenotype.  

Er valt niets tegen in te brengen, wanneer we het hebben over de herkomst van de colourpoint mutatie. De kans op een onafhankelijke mutatie, weg van Zuidoost AziŽ is nogal klein, maar dit is niet relevant. De kern van het betoog is: Hoe ver terug in de tijd moet een mutatie plaats hebben gevonden, hoe ver terug in de tijd moet zij Rusland hebben bereikt voor Dr. Kolesnikov om ze bij de inheemse genenpoel te rekenen? Trouwens, katten die het droegen, moeten vroeg genoeg in Rusland zijn verschenen, om de b en bl allellen niet te omvatten, die bij deze straatkatten met colourpoint in Rusland nooit aanwezig zijn geweest.  

Genetische geografie toont aan dat de bakermat van de klassieke tabby mutatie op de Britse eilanden gelegen is. Zal zij als on-Russisch worden beschouwd? Het is slechts een van de overvloedige voorbeelden van hoe ver we de beoordeling terug kunnen voeren van wat vreemd is en wat niet.  

Naar mijn bescheiden mening, kan worden aangenomen dat een ras dat is ontwikkeld op basis van de Russische halflangharige straatkattenpopulatie, alle genen bezit die deze populatie heeft gehad, vanaf het tijdstip waarop met fokken is begonnen. Ik heb nooit reden gezien om kleuren ofwel toe te voegen, dan wel te verwijderen. Tenzij iemand iets wil bekomen dat volledig verschilt van het bestaande ras, een kat die eruitziet als een van de wilde soorten. In dit geval echter, moeten niet alleen maar de kleuren anders zijn...  

De eerste "golf" van colourpoints is eeuwen vůůr Obrastsov's katten in Rusland gekomen. Bovendien, als men hen als de hoeksteen van de invoering van het colourpoint gen bij de halflangharige populatie beschouwt, waarom waren ze dan in de jaren '80 zo overvloedig aanwezig in St. Petersburg en vrij zeldzaam in Moskou, waar het oorspronkelijke paar van Obrastsov's katten had geleefd? Het voor de hand liggende antwoord is de frequentere aanwezigheid in St. Petersburg van dit gen in de recessieve vorm. Was het te wijten aan het feit dat de stad een zeehaven was? Waarom was de andere plaats van veelvuldig voorkomen van het colourpoint gen bij halflangharige dan Samara en niet Vladivostok? Er is enige aannemelijkheid dat Obrastsov's katten hebben bijgedragen aan de verspreiding van het gen, maar het kan hiertoe niet de enige reden zijn.  

Wat meer is, de snelheid van de kattenreproductie suggereert dat niet alleen de eerste invoering van het colourpoint gen in de Russische kattenbevolking door honderden generaties "verwaterd" was en "verteerd", maar ook dat de herinvoering via Obrastsov's katten pas minstens ergens tussen 12 en 20 generaties plaatsvond vůůr het Siberische fokprogramma startte. 

Als we spreken van colourpoints die binnen het Siberische ras hun intrede doen, werd de echte eerste golf op gang gebracht door middel van straatkatten die uit de populaties in de stegen geplukt waren om de fok op te starten. Ze verschilden slechts in kleur van hun niet -colourpoint broers en zussen.  

De "tweede golf" heeft niet plaatsgevonden op de manier zoals voorgesteld in Dr. Kolesnikov's artikel, daar uiteengezet in deel 5. Als de auteur doelt op de foutieve erkenning door sommige kritiekloze keurmeesters van verschillende, zonder stamboom opgetekende katten, als beginnende novice Siberen, dan ben ik het daar wel mee eens - maar waarom moeten ze worden beschouwd als de resultaten van de Balinese fokkerij? Ze waren meestal behoorlijk pluizige kittens, gekocht op de markt zonder papieren.  

De "derde golf"... Hier heb ik de neiging om in te stemmen met de auteur. Er zijn altijd pogingen geweest, en er zullen er ook altijd zijn, tot uitkruising, en we hebben een aantal resultaten van deze pogingen bij niet - colourpoints, als ook met colourpoints. Het gaat er hem om, dat we de krachten moeten bundelen om deze resultaten uit het bestand van fokdieren te weren, ongeacht de kleur. Dit kan enkel en allťťn worden bereikt door het beoordelen van het type en de vachtstructuur.

Deel 7: Recessieve en dominante kleurmutaties bij het fokken  

Ik moet eerst vermelden dat zilver bij de Siberen is ingebracht op dezelfde manier als alle andere erkende kleurmutaties: door middel van steekproefsgewijze paringen binnen straatkattenpopulaties. Het was er van bij de aanvang van de geplande fokkerij, net zoals met de colourpoint. De invoering van zilver uit een ander ras zou dusdanig overbodig en schadelijk zijn, dat het niet toegestaan zou kunnen worden door een kattenliefhebberfederatie. Hetzelfde geldt aangaande de doelbewuste introductie van het colorpoint gen van een ander ras. Dit gen is echter ook daar aanwezig geweest, en ook in de meest "archetypische" Siberen die ik ooit heb gezien.  

Trachtend om uit te maken wat het echte gevaar van de colourpoint mutatie is, ben ik op een aanbeveling gestoten die aantoont hoe er te werken dient gegaan te worden met overheersende kenmerken die in de populatie is geÔntroduceerd: er wordt in uitgelegd dat zilver kan worden gefokt door het gebruik van ťťn voorouder (die, zoals ik het zie, in een gestaag toenemende inteelt uitmondt) en dat het gemakkelijk is om toezicht te houden op de ongewenste eigenschappen. Heb ik het juist dat de ongewenste eigenschappen, waarneembaar door de ogen, fenotypische functies zijn, zoals het type, de vacht enz.? Wat is dan het verschil tussen het aanbevolen toezicht en de gebruikelijke controle van het type, de vacht enz., bij alle nakomelingen door alle kwekers uitgevoerd?

Type en kleur zijn niet verwant. Een overheersende kleurmutatie gaat gepaard met alle andere genetische eigenschappen (aanwezig in de kat die voor de fok ingezet wordt) die een invloed hebben op het type, de vacht, de gezondheid, enz., die recessief kunnen zijn of dominant, en incomplete penetratie kunnen vertonen of poligenetisch kunnen zijn. Er is geen verband tussen de manieren waarop deze eigenschappen worden overgeŽrfd. Voor de fokkerij kan een niet-zilveren kat, verkregen uit een heterozygote vader, als type even goed of even slecht zijn als eender welke soort zilveren kat. Het zal niet worden gebruikt voor de fok van zilver, maar het kan worden gebruikt om andere kleuren te fokken. Welke tussentijdse nakomelingen moeten worden geŽlimineerd? Intermediair fenotype? Hoe kunnen lichaamsbouw en vachtstructuur afhangen van een recessief of dominant karakter van de kleurmutatie?  

Elke fokker houdt de kwaliteit van de kittens in het oog. Geen enkele fokker kan het volledige genotype "lezen", hoewel het een dominante of een recessieve mutatie betreft. Waar schuilt het gevaar? In het onvermogen van de fokker om te kunnen zien of het acromelanistische gen gedragen wordt door een niet - colourpoint kat? Dit kan worden opgelost door een eenvoudige test. Of in het onvermogen om te begrijpen welke eigenschappen van invloed zullen zijn op het type? Hier geen verschil tussen dominante en recessieve kleurengenen. Is iemand van mening dat als je een zilveren kat met een lange neus gebruikt om ermee te fokken, het dan makkelijker is om het minder goede type uit te sluiten dat het voortbrengt dan wanneer men gebruik maakt van een colourpoint kat met een lange neus?  

Telkens een fokker zijn grenzen overschrijdt, wat onvermijdelijk is als men niet wil verzinken in inteelt en incest, bestaat het risico om een onverenigbare lijn te verkrijgen het type teniet te doen. Zelfs als je jarenlang roodgevlekte katten hebt gefokt, en een roodgevlekte toevoegt uit een niet-verbonden lijn, zou je onverwacht minder goede nakomelingen kunnen hebben, die uit de fok moeten worden weggewerkt.  

Schuilt het gevaar in iets schadelijks, genetisch verbonden met het Siamese gen voor colourpoints? Het valt nog te leren of er zoiets bestaat. Nogal onwaarschijnlijk, trouwens, anders zouden de katten die men al sinds mensenheugenis fokt (Siamezen, Heilige Birmanen, Ragdolls, enz.) allen schadelijk aangetast zijn.  

Wat is de reden voor de aanbeveling om genetisch alle heterozygote katten uit een colourpoint / niet - colourpoint paring te onderzoeken? Om colourpoint kittens te kunnen vermijden? Waarom dan Łberhaupt gebruik maken van een colourpoint?  

Voor mij is het een duistere vicieuze cirkel, zonder enig ander oogmerk, dan het colourpoint gen tot iets vreemds te veroordelen... en dat is wat ik al een hele tijd aan het weerleggen ben geweest. Smaak en stereotiep ding, eigenlijk.

Kan ik herhalen wat ik hiervoor heb gezegd? Waarom bundelen we niet de krachten ter bevordering van Siberen met het standaard fenotype in alle kleuren in plaats van absoluut alles aan te vechten wat van mening verschilt?


      Drie generaties:
    GICh Alionka Dikaya Krassa              WCh Iz Ermitage Hirdon          Platon Dikaya Krassa

 

Antwoord voor de onbevooroordeelde lezer:
Katten ## 1, 4, 8 en 10: Zwarte tabby katers, dragers van het colourpoint gen, met verschillende colourpoint Siberen in de stamboom.
Katten ## 2, 3, 7 en 9: Zwarte tabby katers zonder enige colourpoints in de lijnen.
Katten ## 5 en 6: Seal tabby point katers, uit lijnen met enkel colourpoints.
 

Al deze katten zijn Siberische katers uit verschillende landen, met Russische oorsprong en vertonen opvallende gelijkenis en stabiliteit van het standaard type, met brede, laaggeplaatste jukbeenderen, massieve snuiten en zachte profielcontouren.  

© 2008. Dr. Irina Sadovnikova, WCF Int. Keurmeesteres van Alle Rassen.

   

 

 

Copyright 2012 © Siberische Kat Info. All Rights Reserved. Disclaimer